Kunstmakelaardij Metzemaekers
Op deze pagina vindt u een overzicht van kunstenaars waarvan u op deze site meer informatie kunt vinden.

Richter, Gerhard

Dresden, 9 februari 1932

Biografie: Gerhard Richter

Gerhard Richter is een Duits kunstschilder. Samen met Sigmar Polke en Konrad Lueg was hij de grondlegger van het kapitalistisch realisme.

Gerhard Richter groeide op in Reichenau (nu: Bogatynia) en Waltersdorf in de Oberlausitz. In 1948 voltooide hij de hogere handelsschool in Zittau en volgde daar van 1949 tot 1951 een opleiding tot decoratieschilder voor reclame, tekst en theaterdecors. In 1950 deed hij toelatingsexamen voor de kunstacademie in Dresden, maar werd afgewezen. In 1951 werd hij aangenomen en begon hij zijn studie bij Karl von Appen, Ulrich Lohmar en Will Grohmann. In 1955 schilderde Richter in het kader van zijn afstuderen een muurschildering (Abendmahl mit Picasso) voor de mensa van de academie. In 1956 maakte hij een volgende muurschildering in het Hygienemuseum (Lebensfreude) als afstudeerproject (beide wandschilderingen werden later overgeschilderd).

Van 1957 tot 1961 werkte Richter als Meisterschüler aan de kunstacademie van Dresden en werkte aan opdrachten voor muurschilderingen, in openbare gebouwen (bijvoorbeeld: Arbeiterkampf). Ook maakte hij olieverfschilderijen zoals portretten, figuren (zijn vrouw Ema), stadsgezichten (Stadtbild, Dresden) en tekeningen, waaronder zelfportretten.

Eind februari 1961 vluchtte Richter met achterlating van zijn schilderijen vanuit de DDR naar West-Duitsland. Het vroege werk ging grotendeels verloren en is daardoor nauwelijks gedocumenteerd. Richter vervolgde van 1961 tot 1963 zijn kunstopleiding aan de Kunstacademie Düsseldorf bij Friedrich Macketanz en Karl Otto Götz.

Zijn tentoonstelling met Sigmar Polke en Konrad Lueg op 11 oktober 1963 in meubelhuis Berges was een happening onder de titel Leben mit Pop – Eine Demonstration für den Kapitalistischen Realismus, waarmee deze groep kunstenaars bekendheid verwierf als schilders van het kapitalistisch realisme. In 1964 had Richter zijn eerste solotentoonstelling en hij geniet sindsdien een groeiende reputatie binnen de hedendaagse kunst. Hij nam in 1972 deel aan de Biënnale van Venetië met zijn werkcomplex (48 Portraits) en hij nam verschillende keren deel aan de documenta in Kassel.

Tegen het einde van de jaren 60 werkte Richter als kunstdocent. Zo was hij in 1967 gastdocent aan de kunstacademie in Hamburg. In 1971 werd hij docent schilderkunst (Professor) aan de kunstacademie in Düsseldorf. Deze functie vervulde hij tot 1993.

In 1972 voerde hij samen met onder anderen Heinrich Böll, David Hockney, Günther Uecker, Henry Moore, Richard Hamilton, Peter Handke en Martin Walser actie tegen het ontslag van Joseph Beuys door de toenmalige minister van onderwijs en wetenschappen, Johannes Rau.

In de jaren 1993 en 1994 reisde een retrospectieve tentoonstelling van zijn werk door Europa en deed daarbij Parijs, Bonn, Stockholm en Madrid aan. in 2002 organiseerde het Museum of Modern Art in New York een groot retrospectief naar aanleiding van zijn 70e verjaardag. Dit was met honderachtentachtig stukken de grootste tentoonstelling die daar ooit aan een levende kunstenaar gewijd werd.

Op 20 augustus 2004 werd in het Albertinum in Dresden een aantal ruimten opengesteld met een permanente expositie met eenenveertig van zijn schilderijen. De Britse krant The Guardian noemde Richter op 6 juli 2004 als de meest succesvolle kunstenaar van het moment en als de Picasso van de 21e eeuw.

Begin 2005 vond in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen aan de Grabbeplatz in Düsseldorf een omvangrijke tentoonstelling plaats die ook naar München (Städtische Galerie im Lenbachhaus) en naar Kanazawa en Sakura in Japan reisde.

In 2005 werd in Dresden het Gerhard Richter-archief opgericht dat onder leiding van zijn langdurige medewerker en biograaf Dietmar Elger het leven en werk van Gerhard Richter onderzoekt en documenteert met onder andere een catalogus van het complete werk.

Voor de Dom van Keulen ontwierp Richter in 2006 een raampartij van 113 vierkante meter. Het werk bestaat uit 11.500 gekleurde vierkanten van handgeblazen glas. De ordening van de 72 kleuren gebeurde met een toevalsgenerator. Het werk in de zuidelijke dwarsbeuk is een geschenk van Richter aan de stad Keulen en werd onthuld op 25 augustus 2007.

Door een artikel in de Berlijnse krant Der Tagesspiegel van 22 augustus 2004 werd een tragisch feit uit Richters' familiegeschiedenis bekend. Achtergrond vormde het boek van Jürgen Schreiber: Ein Maler aus Deutschland. Richters' tante Marianne werd in 1945 door doktoren van het naziregime vermoord. Eén van de medeverantwoordelijken was Prof. Dr. Heinrich Eufinger, die later zijn schoonvader werd. Beiden werden door Richter meerdere keren geportretteerd, zonder dat Richter zelf de hele geschiedenis kende.

Gerhard Richter trouwde in 1957 met Marianne (Ema) Eufinger. Uit dat huwelijk heeft hij een dochter (Betty, 1968). In 1982 trouwde Richter met de beeldhouwster Isa Genzken. Uit zijn derde huwelijk, met Sabine Moritz heeft hij twee kinderen: Moritz (1995) en Ella Maria (1996). Hij woont sinds 1983 in Keulen.

Richter werkte vanaf de jaren 60 in verschillende stijlen naast elkaar. Naast realistisch in zwart-witschakeringen nageschilderde foto's schilderde hij in 1964 ook kleurstalen (Farbtafeln) en 4 Glasscheiben. In 1967 schilderde hij Röhren, een grijs in grijs schilderij dat een vroeg voorbeeld is van abstractie in zijn werk vergelijkbaar met Strontium uit 2004. Tussendoor schilderde hij als een fijnschilder wolken, landschappen, brandende kaarsen en daarnaast in de jaren 90 series kleurrijke doeken met dikke, impulsief aangebrachte lagen verf.

Gerhard Richter probeerde in het begin van de jaren zestig vele schilderstijlen van de moderne kunst uit (van Antoni Tàpies tot Francis Bacon). Deze werken verbrandde Richter naar eigen zeggen later op de binnenplaats van de kunstacademie in Düsseldorf. Hij liet zich bij zijn latere werk vooral beïnvloeden door popart en abstract expressionisme maar ook wel door neo-dada en Fluxus.

Ook werkte Richter vanaf 1962 samen met de bevriende kunstschilder Blinky Palermo en exposeerde in 1970 samen met hem. Zij maakten ook gemeenschappelijke tweeluiken. Richter maakte bovendien twee beelden Zwei Skulpturen für einen Raum von Palermo. Dit waren portretbustes naar gipsafgietsels van de hoofden van Palermo en Richter. Deze werken vormen een unicum in zijn oeuvre. Een reconstructie ervan bevindt zich in de collectie van de Städtische Galerie im Lenbachhaus in München).

Begin jaren 60 schilderde Richter voor het eerst foto's na. Dit konden krantenknipsels zijn en familiekiekjes die in zwart-wit werden uitvergroot. Later schilderde hij ook eigen foto's na zoals landschappen en zeegezichten in kleur. Een bijzonderheid daarbij is dat hij meestal de contouren van zijn motieven vervaagt zodat de schilderijen nog meer aan foto's doen denken dan werken van andere fotorealistisch werkende schilders (bijvoorbeeld Tisch).

Een van de vervreemdende technieken toegepast op de fotorealistische werken bestaat erin dat hij ook krassen in de verf trekt en de verf weer afschraapt, hetgeen later in zijn expressief abstracte werk opnieuw te zien is. Soms gaat de abstrahering zover dat het oorspronkelijke voorbeeld nauwelijks nog te herkennen is. Richter verklaarde dat hij de waardering voor het 'als een automaat' naschilderen van foto's aan het voorbeeld van de popart-kunstenaar Andy Warhol te danken heeft.

Met de tentoonstelling 'Kapitalistisch realisme' gaven de kunstenaars, waarvan er twee uit de DDR afkomstig waren, een ironisch commentaar op enerzijds de socialistische kunstpraktijk en anderzijds de kapitalistische consumptiemaatschappij, die op dat moment in de Bondsrepubliek Duitsland een realiteit was. In 1968 voerde hij met zijn vriend en studiecollega Günther Uecker in de Kunsthal Baden-Baden een demonstratieve actie waarbij deze kunstenaars het museum 'kraakten' onder het motto van Uecker: "Ook musea kunnen als woning dienen".

Als onderwerpen kiest Richter veelal portretten, groepsportretten, stillevens, landschappen een zeestukken en ook bekende bezienswaardigheden zoals de Niagarawatervallen. Heel fotorealistisch zijn de schilderijen Wolkenbild ohne Titel (1978), Davos en Eis (1981). Deze lijken in de traditie van Caspar David Friedrich te staan, ze zijn echter tegelijkertijd realistische afbeelding en expressionistische vervreemding van het motief.

Bij het bekijken van sommige schilderijen is het goed het verhaal te kennen dat bij het oorspronkelijke plaatje hoort. Zo schilderde Richter in 1988 als een soort historieschilder de serie „18 oktober 1977”; vijftien schilderijen in waarin hij met portretten van RAF-extremisten de actualiteit van de Duitse geschiedenis in zijn werk toelaat zonder daarmee echt politiek stelling te nemen. Andere schilderijen gaan over familieleden waarvan het lot op dramatische wijze met elkaar verbonden was (Tante Marianne).

In 1962 begon Richter met het aanleggen van een Atlas, waarin hij krantenknipsels, losse foto's, fotoseries, schetsen, kleurstudies, landschappen, portretten, stillevens en meer verzamelt. Vele onderwerpen dienden later als aanleiding tot schilderijen. Dit werk Atlas werd in 1997 getoond op de documenta in Kassel.

De naam kapitalistisch realisme werd vooral bekendgemaakt door de galeriehouder en tentoonstellingsmaker René Block, die nauwe contacten met de kunstenaars van deze stroming onderhield. Hij gaf van hen vele grafische edities uit en publiceerde een tweedelig boekwerk: Réné Block: Grafik des Kapitalistischen Realismus, Berlijn, 1971/1974)

Richters werk is soms koel en analytisch en soms lyrisch en experimenteel. Het verbindende element tussen het figuratieve en het abstracte werk is de nadruk op de waarneming van de kunstenaar die op verschillende manieren de realiteit onderzoekt. Juist de veelzijdigheid in aanpak typeert zijn werk.

Lees verder

Kunststromingen: Hyperrealisme