Veelluik 91 (1966)

Beschrijving

Gesigneerd op de achterzijde.

Expositie:
Kunstmakelaardij Metzemaekers; 'Een verlegen alleskunner. Maar bovenal een schilder' van 10 januari t/m 9 februari 2025.
Van Abbemuseum; 'Triënnale der Zuidelijke Nederlanden 1 : Kunstenaars uit Zuid-Nederland en Vlaanderen' van 15 april tot 22 mei 1966.

Herkomst:
Particuliere collectie, Riethoven
Collectie Piet van den Boomen, Aalst-Waalre.

Een nieuwe fase doet haar intrede in 1963, als Lennarts zijn tweede solotentoonstelling heeft in De Krabbedans. De helft van het vertoonde werk bestaat uit 'bewerkte' schilderijen: veelluiken met Popart motieven. De tentoonstelling 'SAS' ('Schijt Aan Schilderkunst') betekent pas echt een breekpunt. Samen met geestverwanten JCJ Vanderheyden en Ad Snijders richt hij in Galerie Pijnenborg te Eindhoven een ludieke tentoonstelling in. Op het begeleidende pamflet leeft Lennarts zich uit als Dadaistisch woordkunstenaar met een sociaal bewogen boodschap.

Lennarts toont verzaagde en opnieuw aaneengesprijkerde panelen met foto's die vervolgens 'Lennartsgroen' zijn geschilderd, een uitdrukking waaraan de schilder lange tijd zijn identiteit zou ontlenen. Hij toont ook maquettes van dorpen en boerderijen, allemaal op dezelfde wijze sliertig groen geschilderd, als duidelijke verwijzing naar de natuur. En hij maakt voortaan zijn eigen wei: een schilderij is tegelijk gras en verf, een wei en een 'ding'. Locaniek merkt Lennarts op: "Het kan me niet schelen dat dit allemaal op niets uitloopt, ik ben er in ieder geval meer mens door geworden: je moet experimenteren. Mijn bezwaar tegen Appel en Corneille is dan ook, dat ze hun eigen epigonen zijn".

Lennaerts legt zich meer en meer toe op het vervaardigen van veelluiken. In de panelen van zo'n veelluik zijn alleen nog de contouren van een landschap zichtbaar. De centrale vorm wordt extra geaccentueerd door het materiaalgebruik: hout, hardboard, plastic, kippengaas, papiermache en foto's. De centrale vorm maakt zich hierdoor los van de egale, vaak witte achtergrond.

 

Veelluik 91 (1966)

Lennarts, Johan [4]
(Eindhoven, 18 december 1932 - Lagarderé, Frankrijk, 6 oktober 1991)

Details

Databanknummer:
95199
Advertentietype
Te koop aangeboden
Prijs
op aanvraag

Technische details

Kunstvorm:
Collage- Compositie- en Mozaiekkunst
Technieken:
Gemengde expressie middelen, Compositie-assemblage, Gemengde techniek
Dragers:
Board
Lengte:
122 cm
Breedte:
170 cm
Hoogte:
-
Oplage:
-

Beschrijving

Gesigneerd op de achterzijde.

Expositie:
Kunstmakelaardij Metzemaekers; 'Een verlegen alleskunner. Maar bovenal een schilder' van 10 januari t/m 9 februari 2025.
Van Abbemuseum; 'Triënnale der Zuidelijke Nederlanden 1 : Kunstenaars uit Zuid-Nederland en Vlaanderen' van 15 april tot 22 mei 1966.

Herkomst:
Particuliere collectie, Riethoven
Collectie Piet van den Boomen, Aalst-Waalre.

Een nieuwe fase doet haar intrede in 1963, als Lennarts zijn tweede solotentoonstelling heeft in De Krabbedans. De helft van het vertoonde werk bestaat uit 'bewerkte' schilderijen: veelluiken met Popart motieven. De tentoonstelling 'SAS' ('Schijt Aan Schilderkunst') betekent pas echt een breekpunt. Samen met geestverwanten JCJ Vanderheyden en Ad Snijders richt hij in Galerie Pijnenborg te Eindhoven een ludieke tentoonstelling in. Op het begeleidende pamflet leeft Lennarts zich uit als Dadaistisch woordkunstenaar met een sociaal bewogen boodschap.

Lennarts toont verzaagde en opnieuw aaneengesprijkerde panelen met foto's die vervolgens 'Lennartsgroen' zijn geschilderd, een uitdrukking waaraan de schilder lange tijd zijn identiteit zou ontlenen. Hij toont ook maquettes van dorpen en boerderijen, allemaal op dezelfde wijze sliertig groen geschilderd, als duidelijke verwijzing naar de natuur. En hij maakt voortaan zijn eigen wei: een schilderij is tegelijk gras en verf, een wei en een 'ding'. Locaniek merkt Lennarts op: "Het kan me niet schelen dat dit allemaal op niets uitloopt, ik ben er in ieder geval meer mens door geworden: je moet experimenteren. Mijn bezwaar tegen Appel en Corneille is dan ook, dat ze hun eigen epigonen zijn".

Lennaerts legt zich meer en meer toe op het vervaardigen van veelluiken. In de panelen van zo'n veelluik zijn alleen nog de contouren van een landschap zichtbaar. De centrale vorm wordt extra geaccentueerd door het materiaalgebruik: hout, hardboard, plastic, kippengaas, papiermache en foto's. De centrale vorm maakt zich hierdoor los van de egale, vaak witte achtergrond.