Elementaire landschap (1980)

Beschrijving

Rechtsonder getiteld, gedateerd 30 -7- 1980 en gesigneerd met atelierstempel.

De Leidse kunstenaar Kees Buurman heeft het Hollandse landschap op een evenzeer fundamenteel geabstraheerde manier verwerkt in schilder- en tekenwerk, maar met heel andere resultaten. Vooral de ‘Elementaire landschappen’ die hij in de jaren 1980 maakte, vormen een extreme uiting van zijn landschapsbeleving. Buurman: ‘Omstreeks 1981 begon ik met het tekenen van de z.g. ‘elementaire landschappen’. Ik koos daarvoor een maat papier die overeenkwam met het volle bereik van mijn arm, en het tekenmateriaal dat mij het meest eenvoudig, het meest elementair voorkwam, de grafietstift. Ik besloot om mijn arm te bewegen volgens een van te voren door mij vastgesteld patroon, horizontaal of verticaal. Ook met het gum dat ik daarbij gebruikte maakte ik bewegingen die ik van te voren met mijzelf afsprak. Deze ‘fundamentele’ handelingen leverden tekeningen op die een sterk landschappelijk element bevatten. Mijn autoritten door Friesland en de Flevopolder [Buurman reed jarenlang naar Groningen en Kampen, waar hij doceerde, en hij had een huisje in Friesland] gaven mij een landschapsbeleving die niet te maken had met een vast standpunt, maar met een ervaring van ruimte en omgeving die beleefd wordt als veel, in de zin van oneindig veel punten tegelijk. De ‘elementaire landschappen’ zijn het resultaat van een lange ontwikkelingsweg. Buurman, opgeleid aan een grafische school en (korte tijd) aan de Haagse kunstacademie, begon met realistische natuurschetsen in het landschap rond zijn geboortestad Leiden. In de jaren 1960 was hij een van de vele kunstenaars in Nederland die het terrein van de vergaande abstrahering en volledige abstractie exploreerden: een ‘modernistisch’ terrein dat toen nog sterk ter discussie stond. Leidse kunstgeschiedenisstudenten als Rudi Fuchs, Hans Locher en Kees Broos hielpen hem op het spoor van de abstractie. Ook al volgde een korte periode van geometrische abstractie, Buurman zou daarna zijn werk op ‘intuïtieve’ wijze maken, vanuit een, vanaf de jaren 1970 mede door het Japanse Zazen gevoede, religieuze belangstelling: ‘Kunst en religie [zijn] uit dezelfde bron ontsproten’, aldus Buurman. Zijn werk kwam niet in de eerste plaats voort uit formeel onderzoek of concepten en theorieën, maar uit een emotioneel geladen levensinstelling en een liefde voor het landschap, zoals hij die ook in poëzie heeft geuit. Het leven en kunst waren bij hem één, waarbij hij zijn leven lang streefde naar ‘een bewustwording van de dingen die mij bewegen’. Het Hollandse landschap, waaronder ook dat op Terschelling, is Buurman altijd blijven boeien, op een intense manier. Buurman: ‘De meeste mensen staan tegenover het landschap, zijn subject tegenover het object. Dat is een schijnverdeling, voor het gemak. Ik ben er een deel van, de binnen- en buitenwereld vormen één geheel. Zo voel ik me als ik een wandeling maak.’ In zijn allerlaatste jaren verhief Buurman zich, letterlijk, boven het Hollandse landschap: hij wendde zich tot het ‘beschilderen van de lucht’, en wel door middel van zelf ontworpen en gebouwde, beschilderde vliegers.

Elementaire landschap (1980)

Buurman, Kees [4]
(Leiden, 1933 - Leiden, 29 augustus 1997)

Details

Databanknummer:
87426
Advertentietype
Te koop aangeboden
Prijs
€ 750,00

Technische details

Kunstvorm:
Schilder- en Tekenkunst
Technieken:
Tekenkunst, grafiet, Tekenkunst
Dragers:
Papier
Lengte:
70 cm
Breedte:
100 cm
Hoogte:
-
Oplage:
-

Beschrijving

Rechtsonder getiteld, gedateerd 30 -7- 1980 en gesigneerd met atelierstempel.

De Leidse kunstenaar Kees Buurman heeft het Hollandse landschap op een evenzeer fundamenteel geabstraheerde manier verwerkt in schilder- en tekenwerk, maar met heel andere resultaten. Vooral de ‘Elementaire landschappen’ die hij in de jaren 1980 maakte, vormen een extreme uiting van zijn landschapsbeleving. Buurman: ‘Omstreeks 1981 begon ik met het tekenen van de z.g. ‘elementaire landschappen’. Ik koos daarvoor een maat papier die overeenkwam met het volle bereik van mijn arm, en het tekenmateriaal dat mij het meest eenvoudig, het meest elementair voorkwam, de grafietstift. Ik besloot om mijn arm te bewegen volgens een van te voren door mij vastgesteld patroon, horizontaal of verticaal. Ook met het gum dat ik daarbij gebruikte maakte ik bewegingen die ik van te voren met mijzelf afsprak. Deze ‘fundamentele’ handelingen leverden tekeningen op die een sterk landschappelijk element bevatten. Mijn autoritten door Friesland en de Flevopolder [Buurman reed jarenlang naar Groningen en Kampen, waar hij doceerde, en hij had een huisje in Friesland] gaven mij een landschapsbeleving die niet te maken had met een vast standpunt, maar met een ervaring van ruimte en omgeving die beleefd wordt als veel, in de zin van oneindig veel punten tegelijk. De ‘elementaire landschappen’ zijn het resultaat van een lange ontwikkelingsweg. Buurman, opgeleid aan een grafische school en (korte tijd) aan de Haagse kunstacademie, begon met realistische natuurschetsen in het landschap rond zijn geboortestad Leiden. In de jaren 1960 was hij een van de vele kunstenaars in Nederland die het terrein van de vergaande abstrahering en volledige abstractie exploreerden: een ‘modernistisch’ terrein dat toen nog sterk ter discussie stond. Leidse kunstgeschiedenisstudenten als Rudi Fuchs, Hans Locher en Kees Broos hielpen hem op het spoor van de abstractie. Ook al volgde een korte periode van geometrische abstractie, Buurman zou daarna zijn werk op ‘intuïtieve’ wijze maken, vanuit een, vanaf de jaren 1970 mede door het Japanse Zazen gevoede, religieuze belangstelling: ‘Kunst en religie [zijn] uit dezelfde bron ontsproten’, aldus Buurman. Zijn werk kwam niet in de eerste plaats voort uit formeel onderzoek of concepten en theorieën, maar uit een emotioneel geladen levensinstelling en een liefde voor het landschap, zoals hij die ook in poëzie heeft geuit. Het leven en kunst waren bij hem één, waarbij hij zijn leven lang streefde naar ‘een bewustwording van de dingen die mij bewegen’. Het Hollandse landschap, waaronder ook dat op Terschelling, is Buurman altijd blijven boeien, op een intense manier. Buurman: ‘De meeste mensen staan tegenover het landschap, zijn subject tegenover het object. Dat is een schijnverdeling, voor het gemak. Ik ben er een deel van, de binnen- en buitenwereld vormen één geheel. Zo voel ik me als ik een wandeling maak.’ In zijn allerlaatste jaren verhief Buurman zich, letterlijk, boven het Hollandse landschap: hij wendde zich tot het ‘beschilderen van de lucht’, en wel door middel van zelf ontworpen en gebouwde, beschilderde vliegers.

Aangeboden kunst

Een selectie uit ons kunstaanbod

Bekijk meer aanbod »