Ritsema, Jacob
Haarlem, 10 juni 1869 - Laren, 15 december 1943
Biografie: Jacob Ritsema
Jacob Coenraad Ritsema was een Nederlands landschaps-, portret- en genreschilder; verbonden aan de Düsseldorfer Malerschule en de Haagse School. Twee Ophaalbruggen bij Kortenhoef Hij was de oudste van vier kinderen van Coenraad Ritsema (1834-1916), een drukker die in Düsseldorf een lithograafopleiding had gevolgd, en zijn vrouw Jeanette, geboren Moulijn, oorspronkelijk afkomstig uit Rotterdam. Zijn broer Johan werd naar Parijs gestuurd om daar in de leer te gaan bij een lithograaf, terwijl hij op vijftienjarige leeftijd naar Düsseldorf ging om zich in te schrijven aan de Kunstakademie. Hij was daar van 1884 tot 1887. Zijn voornaamste docenten waren Heinrich Lauenstein, Hugo Crola, Johann Peter Theodor Janssen en Adolf Schill.
Na zijn studie ging hij naar Scheveningen om te studeren bij Paul Gabriël, een jeugdvriend van zijn vader, die hem in zijn gezin opnam. Daar ontmoette hij zijn toekomstige vrouw, Alijda van den Broeck, de dochter van een bakker uit Kortenhoef. Na zijn vertrek woonde hij op verschillende plaatsen, tot hij in 1900 een atelier in Haarlem opende. Na het winnen van de Willink van Collenprijs in 1911 trouwde hij met Alidja. Ze kregen een zoon en een dochter en woonden tot 1922 in Den Haag.
Hij nam een aantal leerlingen aan en was lid van talrijke kunstenaarsverenigingen, zoals de Kunstenaarsvereniging Sint Lucas [nl] en Arti et Amicitiae in Amsterdam, evenals de Haagse Kunstkring en Pulchri Studio. In 1938 verhuisden hij en Alidja naar Laren. Zij overleed later datzelfde jaar. Hij overleed plotseling, vijf jaar later, na terugkomst van een schilderexpeditie.
Landschappen vormen het grootste deel van zijn werk, hoewel hij ook portretten en stillevens maakte. Koningin Wilhelmina kocht twee van zijn landschappen; deze zijn momenteel te zien op Paleis Soestdijk. Zijn werken zijn ook te zien in het Kunstmuseum Den Haag en het Stedelijk Museum Amsterdam. Zijn zus Coba werd een beroemd portretschilder.