Meditatiezuil (1964)

Beeldmateriaal

Beschrijving

In de voet gesigneerd en gedateerd '64. Herkomst: Collectie Simon van Adelberg (1928-2000). Adelberg was in de jaren '50 en '60 kunstrecensent o.a. bij het AD en KRO. 

José Boyens schreef in 1982 in Ons Erfdeel het volgende over de meditatiezuilen van Tajiri;

In 1957 vervaardigt Shinkichi Tajiri een hangend werk in aluminium met de titel Offeroverblijfselen. Naar de vorm sluit het aan bij de voorgaande werken, naar de inhoud verwijst het naar die reeks van babeltorens en totems die door hun verschijning en techniek de faam van Tajiri in Nederland voorgoed zouden vestigen. Tajiri had in 1956 Parijs geruild voor Amsterdam; hij was getrouwd met een Nederlandse vrouw en voelde zich gesteund door Sandberg, die werk van hem aankocht en in 1960 in het Stedelijk Museum een tentoonstelling van hem zou organiseren.

Om hun techniek wekken deze tussen 1957 en 1964 vervaardigde werken nog altijd de bewondering van de vaklieden. Tajiri goot het gloeiende brons in een speciale vuurvaste steen, waarin hij tevoren de holte had vrijgekrabd. Omdat de steen poreus was, ontstonden er blaasjes en zwellingen die samen een rul oppervlak veroorzaakten, pijnlijk om met de vinger langs te strijken, visueel de indruk wekkend van een archaïsche ouderdom. Voor één beeld waren er soms honderd tot honderdvijftig uithollingen in de steen nodig, terwijl de verschillende onderdelen daarna gelast moesten worden. Ondanks deze bewerkelijke techniek ontstonden er op deze wijze ongeveer vijftig plastieken.

Wie het werk kent van Isamu Noguchi, een Japanse beeldhouwer, die Tajiri ontmoette in het interneringskamp in Amerika, zal geen moeite hebben om de overeenkomst te zien: de tweedimensionaliteit, de hangende vormen, de aaneenschakeling, het verticale karakter, de nadruk op de materialiteit, - het zijn kenmerken die bij beide beeldhouwers te vinden zijn. Voor Noguchi zie zijn werk Avatar, 1947, Georgia marmer, 195 cm hoog, afgebeeld in Beeldhouwwerken van het Rijksmuseum Kröller-Müller door A.M. Hammacher, E. Joosten, R.W.D. Oxenaar, Otterlo 1973, nr. 34. Voor Tajiri zie de catalogus van Galleria Odyssia, Rome, 1962, Tajiri. In 1947 hielp Tajiri Avatar mee uitvoeren op het atelier van Noguchi. Zie hierover R.W.D. Oxenaar, ‘Zijn voorvaderen waardig’, Shinkichi Tajiri, Editie Collection d'art, 1976, jg. 8, nr. 2.

zijn richtingwijzers naar de inhoud die ze vertegenwoordigen: Meditatiezuil, Overblijfsel van een reliekhouder. De inspiratie cirkelt rond de dood, de cultus voor de voorvaderen - die in de religie in Japan zulk een grote plaats inneemt, bezint zich op de beschermgeest van de stam. De plastiek die Tajiri Meditatiezuil noemde is opgebouwd in open en gesloten etages. De verdiepingen worden verbonden door dragers die een organische indruk maken. De drager en de verdieping verschillen in hoogte, ook onderling, terwijl de hiërarchie gesaboteerd wordt doordat het verschil tussen verdieping en drager niet overal duidelijk is. Het geheel van de structuur doet denken aan Japanse, Chinese en Tibetaanse bouwwerken. Meditatiezuil met haar verticale opbouw in acht geledingen suggereert de verschillende niveaus van het reflexieve bestaan. Misschien zelfs wel de stadia van onthechting die de boeddhistische monnik moet gaan als hij de achtvoudige weg bewandelt van de vervolmaking van zichzelf. Van een zware, aan de aarde gebonden kubus tot de bekroning, een ijle vegetatie. Brengen de vele strijders in het oeuvre van Tajiri eer aan de zwaardvechters onder zijn voorvaderen, Meditatiezuil en de andere werken van deze reeks moeten verbonden worden met de levensleer van Siddhartha Gautama, de eerste bodhisattwa.

 

Meditatiezuil (1964)

Tajiri, Shinkichi
(Los Angeles, 7 december 1923 - Baarlo, 15 maart 2009)

Details

Databanknummer:
88320
Advertentietype
Te koop aangeboden
Prijs
op aanvraag

Technische details

Kunstvorm:
Beeldhouw- en Objectenkunst
Technieken:
Beeld-sculptuur
Dragers:
Brons
Lengte:
18.2 cm
Breedte:
16.3 cm
Hoogte:
47.9 cm
Oplage:
Uniek

Beschrijving

In de voet gesigneerd en gedateerd '64. Herkomst: Collectie Simon van Adelberg (1928-2000). Adelberg was in de jaren '50 en '60 kunstrecensent o.a. bij het AD en KRO. 

José Boyens schreef in 1982 in Ons Erfdeel het volgende over de meditatiezuilen van Tajiri;

In 1957 vervaardigt Shinkichi Tajiri een hangend werk in aluminium met de titel Offeroverblijfselen. Naar de vorm sluit het aan bij de voorgaande werken, naar de inhoud verwijst het naar die reeks van babeltorens en totems die door hun verschijning en techniek de faam van Tajiri in Nederland voorgoed zouden vestigen. Tajiri had in 1956 Parijs geruild voor Amsterdam; hij was getrouwd met een Nederlandse vrouw en voelde zich gesteund door Sandberg, die werk van hem aankocht en in 1960 in het Stedelijk Museum een tentoonstelling van hem zou organiseren.

Om hun techniek wekken deze tussen 1957 en 1964 vervaardigde werken nog altijd de bewondering van de vaklieden. Tajiri goot het gloeiende brons in een speciale vuurvaste steen, waarin hij tevoren de holte had vrijgekrabd. Omdat de steen poreus was, ontstonden er blaasjes en zwellingen die samen een rul oppervlak veroorzaakten, pijnlijk om met de vinger langs te strijken, visueel de indruk wekkend van een archaïsche ouderdom. Voor één beeld waren er soms honderd tot honderdvijftig uithollingen in de steen nodig, terwijl de verschillende onderdelen daarna gelast moesten worden. Ondanks deze bewerkelijke techniek ontstonden er op deze wijze ongeveer vijftig plastieken.

Wie het werk kent van Isamu Noguchi, een Japanse beeldhouwer, die Tajiri ontmoette in het interneringskamp in Amerika, zal geen moeite hebben om de overeenkomst te zien: de tweedimensionaliteit, de hangende vormen, de aaneenschakeling, het verticale karakter, de nadruk op de materialiteit, - het zijn kenmerken die bij beide beeldhouwers te vinden zijn. Voor Noguchi zie zijn werk Avatar, 1947, Georgia marmer, 195 cm hoog, afgebeeld in Beeldhouwwerken van het Rijksmuseum Kröller-Müller door A.M. Hammacher, E. Joosten, R.W.D. Oxenaar, Otterlo 1973, nr. 34. Voor Tajiri zie de catalogus van Galleria Odyssia, Rome, 1962, Tajiri. In 1947 hielp Tajiri Avatar mee uitvoeren op het atelier van Noguchi. Zie hierover R.W.D. Oxenaar, ‘Zijn voorvaderen waardig’, Shinkichi Tajiri, Editie Collection d'art, 1976, jg. 8, nr. 2.

zijn richtingwijzers naar de inhoud die ze vertegenwoordigen: Meditatiezuil, Overblijfsel van een reliekhouder. De inspiratie cirkelt rond de dood, de cultus voor de voorvaderen - die in de religie in Japan zulk een grote plaats inneemt, bezint zich op de beschermgeest van de stam. De plastiek die Tajiri Meditatiezuil noemde is opgebouwd in open en gesloten etages. De verdiepingen worden verbonden door dragers die een organische indruk maken. De drager en de verdieping verschillen in hoogte, ook onderling, terwijl de hiërarchie gesaboteerd wordt doordat het verschil tussen verdieping en drager niet overal duidelijk is. Het geheel van de structuur doet denken aan Japanse, Chinese en Tibetaanse bouwwerken. Meditatiezuil met haar verticale opbouw in acht geledingen suggereert de verschillende niveaus van het reflexieve bestaan. Misschien zelfs wel de stadia van onthechting die de boeddhistische monnik moet gaan als hij de achtvoudige weg bewandelt van de vervolmaking van zichzelf. Van een zware, aan de aarde gebonden kubus tot de bekroning, een ijle vegetatie. Brengen de vele strijders in het oeuvre van Tajiri eer aan de zwaardvechters onder zijn voorvaderen, Meditatiezuil en de andere werken van deze reeks moeten verbonden worden met de levensleer van Siddhartha Gautama, de eerste bodhisattwa.

 

Aangeboden kunst

Een selectie uit ons kunstaanbod

Bekijk meer aanbod »